Eetgedrag, corrigeren

Aan de hand van de vragenlijst en de door u gegeven antwoorden, heeft u ongetwijfeld meer zicht gekregen op uw “eigen plaatje”. Voor velen zal gelden dat ze de uitkomsten eigenlijk al gedeeltelijk kenden.

Er zijn een aantal algemene aanwijzingen om ongewenste gewoonten af te leren. Vrijwel altijd zien we de volgende opzet:

1 Herkennen van de ongewenste gewoonten;

2 Vervangen van ongewenste gewoonten door andere gewoonten;
3 Belonen van goed gedrag;

Bij punt 3 kan men ook overwegen om ongewenst gedrag te straffen, maar de praktijk leert dat het belonen van goed gedrag beter werkt dan het afstraffen van ongewenst gedrag.
We zullen de bovengenoemde punten nu in het kort doornemen.

Ad 1 Herkennen van ongewenst gedrag
Ga de verschillende vragen nog eens na en denk over uw antwoord na. Dat is een eerste oefening om situaties te herkennen en te beoordelen. Dat is al een hele stap. In het Dag-doe-boek kunt u nog aantekeningen plaatsen. De praktijk leert dat het opschrijven van dergelijke notities erg helpt om voortdurend attent te zijn op “mogelijke overtredingen”.

Ad 2 Vervangen van ongewenste gewoontes door nieuwe gewoontes In feite komt de nieuwe gewoonte neer op “niet meer eten in situaties waarin vroeger wel gegeten werd”. In les 5 hebben we bijvoorbeeld een aantal alternatieven aangedragen die steeds met beweging te maken hadden en wel onder de noemer “Activiteiten als alternatief voor de lekkere trek”.

In het Dag-doe-boek hebben we veel tips aangegeven. Nu we eenmaal weten hoe het eetgedrag wordt veroorzaakt kunnen we er ook wat aan doen. Zo is het vanzelfsprekend dat het bijvoorbeeld in het geval van de zien-eten-is-eten-eter belangrijk is om eten uit het blikveld te houden: kasten op slot, alleen kopen wat vooraf op een lijstje stond, tijdens recepties op plaatsen gaan staan waar het lekkers nauwelijks voorbij komt, vermijden van wandelingetjes naar “lekkere plaatsen”, etc.

Gaat het om “zien-eten-doet-eten” dan is het van het grootste belang om na het herkennen van het moment zich met een goed alternatief vertrouwd te maken: nemen van suikervrije kauwgom, een blokje omgaan, altijd eerst een vriend of vriendin bellen, waarop je hardop bij jezelf zegt: “IK GA NIET ETEN”, etc.

Ad 3 Belonen van goed gedrag
Als u vindt dat het een aantal keren goed gegaan is, mag u een beloning aan uzelf geven. Al gaat het maar om kleine “hebbedingetjes”, het idee van die beloning kan vaak als een enorme aanmoedigingspremie werken. Roep ook de hulp van uw omgeving in. Maak er geen drama van, het gaat niet om een vreselijke ziekte, maar zeg wel dat het nu menens is en dat alle hulp welkom is. De omgeving zal er best begrip voor kunnen opbrengen.

Een belangrijke raadgeving
We zullen tenslotte de aandacht richten op de punten “hoe erg is het probleem voor mij” en “hoeveel discipline kan ik opbrengen?” Bij de combinatie “een groot probleem” en “geringe discipline” kan het raadzaam zijn om hulp van professionele krachten te vragen. Het probleem is kennelijk groot en tegelijkertijd wordt aangegeven dat er maar weinig geloof is om het probleem zelf te kunnen oplossen. Het geloof in eigen discipline is ook belangrijk voor de keuze van het dieet. Wie weinig discipline kan opbrengen doet er wellicht verstandig aan een keuze rond het dieet te maken, waar er weinig keuzes aan uzelf worden overgelaten. Bijvoorbeeld een dieet met Modifast waarbij er absoluut niets anders is toegestaan.

In het Dag-doe-boek worden de nodige tips geven.