Middel en heupomtrek

Voorkeursplaatsen voor vetophoping
Naast het wegen van het lichaamsgewicht zijn er nog andere grootheden die interessant zijn om te meten. Zo kunnen we met een zogenaamde huidplooimeter een schatting van het onderhuidse vetpercentage krijgen. Aan het einde van dit gedeelte wordt een methode behandeld om snel een indruk te krijgen van de hoeveelheid lichaamsvet die we met ons meedragen.

Omvangsmaten
Een andere interessante meting is de meting van bepaalde

omvangsmaten. We starten met de omvangsmaten van middel en heup. Niet alleen de afzonderlijke maten zijn hier interessant ook de verhouding van deze twee maten levert ons bepaalde inzichten op.

Waarom is die verhouding zo’n belangrijk gegeven? Welnu, de verhouding middel-heupomtrek geeft aan, hoe vet over het lichaam verdeeld is. Die verdeling is niet voor iedereen gelijk. Bij de ene is er een andere voorkeursplaats voor vetophoping dan bij de andere.

Bij mannen ligt het vet doorgaans voornamelijk in de buik opgeslagen, terwijl het vet bij vrouwen meer rondom heupen en middel (taille) zit. Dit heeft niet alleen gevolgen voor het uiterlijk, maar ook voor de gezondheid. Het vet dat in de buik opgeslagen zit, blijkt namelijk gemakkelijker “te verbranden”. Populair gezegd het zit “losser”. Bovendien blijkt het vet in de buik meer naar binnen, rondom de organen te zitten. Het blijkt dat mensen die het vet vooral “op” de buik hebben zitten, naar verhouding meer vet/cholesterol en een te hoog suikergehalte van het bloed kunnen hebben. Ze lopen daarom meer kans op het krijgen van harten vaatziekten. Een voordeel is wel dat op die plek het vet het eerste zal verdwijnen als we “de afslankcursus volgen.

Bij veel vrouwen is juist het tegenovergestelde het geval. Vet op de heupen en de dijen zit tamelijk “vast”. Het is dus moeilijk weg te krijgen. Voordeel is wel, dat vrouwen met deze vetverdeling veel minder last hebben van een te hoog cholesterol/ vet- en suikergehalte van het bloed. Vet op de heupen en de dijen levert dus minder risico op voor de gezondheid.

Overigens is er alleen maar sprake van minder risico op deze gezondheidsproblemen bij een Quetelet-index onder de 30. Boven de 30 hebben ook mensen met voornamelijk vet op heupen en dijen een verhoogd risico op aandoeningen.

Onthoud
Het maakt verschil waar vetophoping zit.
Het verschil komt tot uiting in een verhoogd risico op het optreden van bepaalde aandoeningenen het gemak waarmee het vet door dieet en beweging zal verdwijnen

Over appels en peren

Hoe kunnen we nu nagaan of het vet meer op de buik dan op de heup zit? Natuurlijk is dat bij sommige mensen erg duidelijk te zien. Maar er bestaat ook een keurige methode om vast te stellen of je een “appel” bent (vooral buikvet) of een “peer” (vooral vet op de heupen en dijen).

Voor deze meting hebben we alleen een centimeter nodig.

Laat een vriend(in) of partner de omtrek van het dikste gedeelte van je billen meten en de omtrek ter hoogte van je navel.

Met een rekenmachientje delen we de “navel-waarde”(middel) door de “billen-waarde” (heupen).

De grenswaarde voor mannen ligt op 1,00. Dat wil zeggen boven de 1,00 hebben ze het vet voornamelijk op de buik zitten en zijn het “appels”. Bij vrouwen ligt deze grens op 0,85. Boven de 0,85 betekent dat het vet voornamelijk in de buik opgeslagen ligt. Een uitkomst onder de 0,85 betekent dat de heupen en de dijen meer voorzien zijn van vet.

Door deze waarden bij te houden, kunnen we zien hoe tijdens “onze 8 weken”het vet verdwijnt. Wordt het buikje inderdaad minder of worden de heupentoch wat slanker.