Zien eten doet eten

In dit geval is een belangrijke drijfveer om te gaan eten, kennelijk het zien van eten. Nu is het zo dat we in het dagelijkse leven bijna voortdurend voedsel zien. Op heel veel plaatsen wordt “lekkers” aangeboden. Vroeger ging je naar de kruidenier, maar de meesten van ons bezoeken nu de supermarkt. Voedsel in overvloed en je kunt zoveel pakken als je zelf wilt. Alleen als je te weinig geld bij de kassa hebt, breng je nog wat spulletjes terug. En er zijn altijd wel verjaardagen, recepties en andere feestelijke bijeenkomsten waar de hapjes in overvloed rond gaan. Overal kunnen we snoepgoed krijgen: in de kantine, uit de automaat, bij het benzinestation, etc. Mensen voor wie het zien van eten, werkelijk de prikkel is om te gaan eten, wordt het in onze maatschappij werkelijk niet eenvoudig gemaakt. Voor velen betekent deze overvloed dan ook dat ze te veel eten en door dit gestoorde eetgedrag komen ze iedere keer weer aan. Het zal duidelijk zijn dat deze groep allereerst baat heeft bij het onderdrukken van dit eetgedrag.

Onthoud
Een belangrijke groep mensen krijgt honger als ze eten zien. Hongergevoelenszijn hier dus niet de enige reden om te eten. (of veel voedsel aan te schaffen).Deze mensen dienen dit eetgedrag eerst te kunnen herkennen alvorens het kanworden gecorrigeerd.

Pas op, we zeggen niet dat als u eten er erg lekker vindt uitzien en u best een hapje zou lusten, er sprake zou zijn van een gevaarlijk eetgedrag. Lekker eten roept nu eenmaal altijd bepaalde gevoelens op… “het ziet er zo lekker uit, het water staat me in de mond”. Het wordt pas ernstig als we dik zijn en we kunnen het overmatig eten toch niet inperken; iedere keer als we weer iets lekkers zien gaan we door het lint! Deze laatste categorie zullen we in het vervolg de “zien-eten-doet-eten-eters” noemen.